6.6 Opheffing van de splitsing

De splitsing eindigt door haar opheffing. De splitsing kan eindigen van rechtswege of met medewerking van alle eigenaren.

In de notariële praktijk is opheffing van de splitsing alleen van belang in de volgende drie situaties:
1. hersplitsing van het complex (zie onderdeel 6.5.2.6);
2. opheffing van de splitsing wegens het eindigen van de in de splitsing betrokken rechten van erfpacht of opstal (zie onderdeel 6.6.1.1);
3. opheffing in het kader van stadsvernieuwing.

6.6.1 Opheffing van rechtswege

Art. 5:143, lid 1, noemt twee gevallen waarin de splitsing van rechtswege wordt opgeheven. Deze komen in dit onderdeel aan de orde.

6.6.1.1 Opheffing wegens eindigen beperkte rechten van erfpacht of opstal

Het eerste in art. 5:143 lid 1 genoemde geval betreft het eindigen van een in de splitsing betrokken recht van erfpacht of opstal. Voorwaarde is wel dat naast bedoeld recht van erfpacht of opstal geen andere registergoederen in de splitsing betrokken zijn. In laatstbedoeld geval kan de splitsing namelijk uitsluitend worden gewijzigd of opgeheven op grond van het bepaalde in art. 5:144 lid 1 sub e (zie onderdelen 6.5.1.3 en 6.3).

Bij de vaststelling of het recht van erfpacht of opstal wegens verstrijken van de tijd waarvoor het recht is gevestigd is geëindigd, is art. 5:98 nog van belang.

Indien de erfpachter de zaak, waarop het recht van erfpacht of opstal betrekking heeft, niet tijdig heeft ontruimd, blijft het recht doorlopen, tenzij de eigenaar uiterlijk binnen zes maanden na dat tijdstip doet blijken dat hij haar als geëindigd beschouwt.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.