6.3 Ondersplitsing

6.3.1 Inleiding

Ondersplitsing is de splitsing van een appartementsrecht in appartementsrechten. Anders gezegd: een deel van de gemeenschap gaat op zich een gemeenschap vormen. De bevoegdheid tot ondersplitsing volgt uit het bepaalde in art. 5:106 lid 3, waar tevens is vermeld dat in de akte van splitsing een verbod tot ondersplitsing kan worden opgenomen.

De bepalingen van titel art. 5:9 zijn ook op de ondersplitsing van toepassing. Hetzelfde geldt voor het (publiekrechtelijke) voorschrift van een splitsingsvergunning (zie onderdeel 6.2.2.3.1).

Bij een ondersplitsing worden onder-appartementsrechten geformeerd.
Het appartementsrecht, waaruit de onder-appartementsrechten zijn geformeerd wordt in de praktijk meestal het hoofdappartementsrecht genoemd.

Ondersplitsing is een manier om grotere eenheden op te splitsen in kleinere eenheden. Het vormt een eenvoudig en goedkoop alternatief voor wijziging van de splitsing, waarbij ook appartementsrechten die recht geven op grote privégedeelten tot kleinere kunnen worden gemaakt.

Door middel van ondersplitsing is het ook mogelijk om tussen verschillende groepen van gebruikers een overlegorgaan te creëren. De door de hoofdsplitsing aangebrachte scheiding tussen groepen van gebruikers loopt meestal parallel aan de onderscheiden functies van het gebouw, zoals een hoofdappartementsrecht rechtgevende op commerciële ruimten en een rechtgevende op woningen in een multifunctioneel complex.

In de vergadering van eigenaars van de ondersplitsingen kunnen dan beslissingen worden genomen over onderwerpen die uitsluitend alle gebruikseenheden met een bepaalde functie, bijvoorbeeld woningen, betreffen. In de vergadering van eigenaars van de hoofdsplitsing kunnen de besturen van de verenigingen van ondereigenaars vervolgens beslissingen nemen over aangelegenheden die het gehele gebouw betreffen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.