6.1 Inleiding

De beknopte inleiding in dit hoofdstuk is bestemd om een eerste inzicht te geven in de bijzonderheden van het splitsen in appartementsrechten. Met de inleiding als basis kunnen bepaalde problemen beter worden begrepen en opgelost.

6.1.1 Splitsing in appartementsrechten: algemene beginselen

Indien een eigenaar van een gebouw met bijbehorende grond een deel van het gebouw nu of in de toekomst wenst over te dragen als een zelfstandig registergoed, dient het betreffende deel eerst te worden afgesplitst.
Daarbij dient rekening te worden gehouden met twee uitgangspunten:
– de eigendom van de grond omvat krachtens verticale natrekking mede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, voor zover ze geen bestanddeel zijn van de onroerende zaak van iemand anders (art. 5:20 sub e);
– een onzelfstandig gedeelte van een zaak, een bestanddeel (art. 3:4), kan niet worden overgedragen.

Registergoederen kunnen verticaal of horizontaal worden gesplitst.
Bij een verticale splitsing kan worden gedacht aan de overdracht van een woning met onderliggende grond, die een zelfstandig onderdeel uitmaakt van een blok eengezinswoningen. In zo’n geval zal de grond voor of na de overdracht kadastraal worden uitgemeten.
Van horizontale splitsing is sprake wanneer:
1. een deel van een gebouw dat zich bevindt boven of onder een ander gedeelte van hetzelfde gebouw; of
2. een gebouw of een deel daarvan dat zich bevindt boven of onder een ander gebouw, als zelfstandig registergoed overdraagbaar is gemaakt.
In het tweede geval is de horizontale splitsing tot stand gebracht door middel van een splitsing in appartementsrechten.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.