7.9 Publiekrechtelijke aspecten Basisregistratie Kadaster

7.9.1 De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen

Bij overdracht van een onroerende zaak verplicht art. 7:15 lid 1 BW de verkoper de eigendom over te dragen vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen, met uitzondering van die welke de koper uitdrukkelijk heeft aanvaard. Ook publiekrechtelijke lasten en beperkingen kunnen onder art. 7:15 lid 1 BW vallen, wanneer deze geen algemeen karakter hebben maar op het betreffende goed in het bijzonder rusten (HR 27 februari 2004, NJ 2004/635). Dit heeft tot gevolg dat partijen bij een leveringsakte door de notaris geïnformeerd moeten worden omtrent het resultaat van zijn recherche naar publiekrechtelijke beperkingen (Huijgen en Pront-van Bommel, WPNR 6730 (2007) p. 921). De notaris kan daarbij niet volstaan met alleen vermelding van beperkingen. Hij dient te onderzoeken of de koper zich bewust is van de beperking (zie W.G. Huijgen, JBN 2009/55). Zelfs een bestemming op grond van een bestemmingsplan kan een last of beperking zijn die in het bijzonder op het betreffende goed rust en zal door de koper uitdrukkelijk aanvaard moeten worden (zie voor uitleg van de bestemming ‘dienstwoning’: Hof Amsterdam 17 juli 2012, LJN BY7686).

De kenbaarheid van dergelijke publiekrechtelijke lasten en beperkingen wordt daarmee van groot belang. Dit was een belangrijke reden voor de totstandkoming van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) per 1 juli 2007.

Het Kadaster is op verschillende manieren betrokken bij de registratie van publiekrechtelijke beperkingen op grond van de Wkpb. Er is een zogeheten duaal stelsel van registratie waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen gemeentelijke en niet-gemeentelijke publiekrechtelijke beperkingen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.