7.5 Ontstaan Kadaster en Openbare Registers; trigonometrie en oude handmatige boekhouding

7.5.1 Inleiding

Van oudsher onderscheidt men de openbare registers en de Kadasters. Voor het grondgebied van Nederland (destijds onderdeeel van Frankrijk) werden in 1811 bij decreet van keizer Napoleon openbare registers ingevoerd. In hetzelfde decreet bepaalde Napoleon dat in de zeven departementen van Holland hypotheekbewaarders moesten worden aangesteld. Die aanstellingen volgden snel en werden gehandhaafd door koning Willem 1, die startte met de invoering van een Kadaster voor de heffing van grondbelasting. Dat Kadaster was in 1836 voltooid.

In de negentiende eeuw was grond een belangrijke productiefactor. De landbouw was in de nog niet geïndustrialiseerde samenleving nog erg belangrijk. Nederland was toen een agrarisch land. De opbrengst van het land was dan ook bij uitstek geschikt om belasting over te heffen. Onderscheid werd gemaakt al naar gelang het ging om bebouwd of onbebouwd land. Er moest een registratie komen die vastlegde wie de subjecten van de grondbelasting waren (de gerechtigden tot de grond) en wat de objecten van de belasting waren. Deze gegevens werden verzameld in registers en werden in kaart gebracht door het Kadaster.

Aanvankelijk waren bewaarders openbare ambtenaren, die de registratie rondom de openbare registers volstrekt gescheiden hielden van het Kadaster. Dat werd anders toen zij in 1929 hun status openbaar ambtenaar verloren. In plaats van enerzijds afzonderlijke naamlijsten en algemeen registers met essentialia uit openbare registers en anderzijds kadastrale registers met naamwijzers voor heffing grondbelasting werd een geintegreerde kadastrale registratie ingevoerd met een gemeenschappelijke naamwijzer . Onderlinge verwijzing tussen Kadaster en openbare registers werd verplicht gesteld.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.