7.3 Bijwerking Basisregistratie Kadaster

7.3.1 Bijwerking van objectgegevens

7.3.1.1 Vervallen

7.3.1.2 Vervallen

7.3.1.3 Vervallen

7.3.1.4 Objecten van appartementsrechten

Bij de splitsing in appartementsrechten ontstaan nieuwe kadastrale aanduidingen. Het perceel dat onderwerp van de splitsing in appartementsrechten is, wordt niet langer aangeduid met de kadastrale aanduiding van het grondperceel, het zogeheten moederperceel. Het grondperceel ‘sluimert’; er ontstaan op basis van de splitsing in appartementsrechten nieuwe kadastrale aanduidingen, waarbij de kadastrale gemeentenaam en de sectieletter van het moederperceel gelijk zijn aan die van het complexnummer dat ontstaat bij elke splitsing in appartementsrechten. Het complexnummer wordt vooraf gegaan door gemeentenaam en sectieletter en gevolgd door de letter A en per appartementsrecht unieke indexcijfers (art. 2 Kb). Het complexnummer is een ander nummer dan het nummer van het perceel dat in appartementsrechten is gesplitst (het zogeheten moederperceel). In de Basisregistratie Kadaster wordt bij het moederperceel een verwijzing naar de complexaanduiding gesteld onder toevoeging van het in de splitsing betrokken recht, de naam van de vereniging van eigenaars en het adres van die vereniging. De grenzen van gebruiksruimten en gemeenschappelijke ruimten worden afgebeeld op appartementstekeningen, die worden ingeschreven in de openbare registers. Op deze tekeningen worden privégebruiksruimten aangeduid door indexcijfers.

De appartementstekening wordt niet vervaardigd door het Kadaster, maar doorgaans door een derde in opdracht van de notaris die de akte van splitsing zal passeren. Het Kadaster beperkt zich tot beoordeling vooraf van een voorstel voor een toekomstig in te schrijven appartementstekening, voorafgaand aan het passeren van de akte.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.