7.11 Incidenten

7.11.1 Kadaster verzoekt gebreken te herstellen

Om – voor de derde-raadpleger en meer specifiek de notaris – te voorkomen dat een gebrek in een voorafgaande akte, een onzekere titel of een andere onduidelijkheid over de juridische of administratieve situatie bestaat, hanteert het Kadaster een proces, waarmee beoogd wordt de rechtszekerheid te bevorderen door de openbare registers en de zoekingang van deze registers (Basisregistratie Kadaster (BRK)) ten behoeve van de raadpleger zo volledig, actueel en juist mogelijk te houden.

De Kadasterwet bevat een aantal bepalingen dat handelt over onvolledigheden of onjuistheden in stukken die ter inschrijving worden aangeboden of die reeds ingeschreven zijn. Fouten van de notaris in deze sfeer hoeven lang niet altijd fataal te zijn. Een verkeerd kadastraal nummer heeft niet tot gevolg dat de bewaarder het stuk weigert of dat na de inschrijving de overdracht niet blijkt te hebben plaatsgevonden (mits de onroerende zaak overigens maar duidelijk omschreven is).

De bewaarder is ten aanzien van de inschrijving in de openbare registers in principe lijdelijk; hij dient aangeboden stukken te accepteren, tenzij deze niet voldoen aan bepaalde, in de wet omschreven vereisten (art. 3:19). Als er iets mis is, zijn drie reacties denkbaar: er wordt een ‘attendering op niet-inschrijving’ (ANI), een ‘verzoek tot verbetering’ (VTV) of een waarschuwingsbrief gestuurd. Het rectificatieproces dat het Kadaster daarbij volgt, is met de KNB afgestemd. De KNB kan in dit proces een stimulerende of bemiddelende rol spelen. 

7.11.1.1 De attendering op niet-inschrijving (ANI)

De bewaarder mag alleen maar weigeren wanneer:
– de voor een inschrijving noodzakelijke stukken niet worden aangeboden;

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.