7.10 (Doorhaling) teboekstelling schip en luchtvaartuig

7.10.1 Inleiding

Bij het Kadaster worden openbare registers gehouden voor teboekstelling van schepen. Doorslaggevend voor de vraag of een voorwerp een schip is, is de constructie. Een voorwerp dat blijkens constructie bestemd is om te drijven of te hebben gedreven, is een schip (art. 8:1).

Teboekstelling geschiedt door inschrijving van een daartoe strekkend verzoek van de eigenaar. Het Kadaster stelt modelformulieren voor deze verzoeken ter beschikking. Voor de inschrijving kan worden volstaan met de aanbieding van dit ingevulde en ondertekende formulier onder toevoeging van een aantal bijlagen. In dit geval is de bewaarder bij de beslissing tot inschrijving niet lijdelijk. Naast de toetsing aan de algemene inschrijvingsformaliteiten onderzoekt hij of bewijsstukken genoegzaam aantonen dat aan de voorwaarden voor teboekstelling in Nederland is voldaan. Schepen die voor uitoefening van de openbare macht worden gebruikt, zoals politievaartuigen en vaartuigen van het leger, kunnen niet worden teboekgesteld (art. 8:840 voor binnenschepen en art. 8:230 voor zeeschepen).

Er zijn drie categorieën schepen: binnenschepen, zeeschepen en vissersschepen. De regels voor teboekstelling verschillen per categorie.

Een booreiland wordt door de bewaarders aangemerkt als schip, zolang het verplaatsbaar is. Als het booreiland blijvend op de zeebodem is bevestigd, is de constructie niet meer bestemd om te drijven en is er geen schip meer. Ook zogeheten drijvende woningen, die zich duurzaam op een vaste plaats bevinden, worden om die reden door de bewaarders teboekgesteld. Als de drijvende woning alleen incidenteel bij laagwater op de bodem ligt, is deze bestemd om doorgaans te drijven en daarmee wordt voldaan aan de definitie van een schip.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.