2.5 Mede-eigendom

2.5.1 Soorten gemeenschappen; mede-eigendom

Een gemeenschap bestaat wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk (art. 3:166). Voor de bijzondere gemeenschappen zoals de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap gelden bijzondere regels uit de boeken 1 en 4 van het BW, terwijl voor de ontbonden huwelijksgemeenschap en de nalatenschap ook de bepalingen van titel 7 boek 3 gelden. Dit onderdeel handelt evenwel alleen over de gewone gemeenschap of mede-eigendom van een registergoed die niet krachtens huwelijksgoederenrecht of erfrecht is ontstaan, dan wel mandelig is of onderdeel uitmaakt van het vermogen van een personenvennootschap of een appartementensplitsing.

De mede-eigendom die in dit onderdeel wordt behandeld kan worden aangeduid als gewone mede-eigendom die ontstaat door gezamenlijke verkrijging van een registergoed. Mogelijk is dat de mede-eigendom ontstaat door levering aan twee samenwonenden die al dan niet een affectieve relatie met elkaar hebben en een regeling willen treffen over de mede-eigendom. Mogelijk is ook dat het gaat om een andersoortige mede-eigendom, bijvoorbeeld de mede-eigendom van een aantal parkeerplaatsen of de mede-eigendom van een schuur. De in dit onderdeel behandelde mede-eigendom moet worden onderscheiden van de mandeligheid als bedoeld in boek 5 BW. Zie daarvoor onderdeel 5.2.

Ter zake van de mede-eigendom kunnen de deelgenoten een regeling treffen over beheer, beschikking en kosten. Het bijbehorende model (MODEL 2.5.1A) geeft een eerste aanzet tot zulk een regeling. De afzonderlijke onderdelen van het model worden in het hierna volgende behandeld.

2.5.2 Toepasselijke wettelijke bepalingen

Op de mede-eigendom is toepasselijk de eerste en derde afdeling van boek 3 BW.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.