2.1 Koop

De notariële jurist komt dagelijks met allerlei overeenkomsten in aanraking. Vaak zijn het overeenkomsten, mondeling of schriftelijk, die door middel van een nader op te stellen notariële akte dienen te worden uitgevoerd. Soms betreft het overeenkomsten die door de behandelaar zelf, in overleg met de betrokken partijen, worden opgesteld. Dit hoofdstuk behandelt de voor de registergoederenpraktijk belangrijkste overeenkomst, te weten de koopovereenkomst.

2.1.1 Wettelijke regeling van koop

De koopovereenkomst is in het rechtsverkeer een van de belangrijkste overeenkomsten. Toch is een wettelijke regeling van koop van betrekkelijk recente datum. De huidige wettelijke regeling heeft verschillende bronnen, die teruggaan tot de ontwerp-Beneluxovereenkomst inzake koop en ruil, welke weer was gebaseerd op de Uniforme Wet voor de internationale koop van roerende lichamelijke zaken uit 1964 (LUVI). Op 1 september 2003 is de wet betreffende de aanvulling van titel 7.1 en 7.12 (koop van onroerende zaken en aanneming van werk) in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen van deze wet betreffen de invoering van het vereiste van een schriftelijke overeenkomst, de bedenktijd en de mogelijkheid van inschrijving door de notaris van een koopovereenkomst in de openbare registers.

Ten tijde van de invoering van de wet was toegezegd dat deze vijf jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd. Deze evaluatie heeft ook plaatsgehad en daarvan is begin 2010 een rapport opgesteld door het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Conclusies waren met name dat het hierna te bespreken schriftelijkheidsvereiste zou moeten worden uitgebreid tot aankoop van alle onroerende zaken,
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.