3.7 Pandrecht en partnerverklaring

Levensverzekering in combinatie met hypotheeklening: let vooral op het erfbelasting verschil tussen verpanding en de partnerverklaring.

3.7.1 Inleiding

Op het moment dat de bank een hypotheeklening verstrekt, wenst zij in veel gevallen de zekerheid dat de lening (gedeeltelijk) wordt afgelost op het moment dat de schuldenaar overlijdt. Daarom verlangt de bank in het algemeen dat de schuldenaar een levensverzekering afsluit die aan de bank wordt verpand. Als pandhouder heeft de bank dan de bevoegdheid om zichzelf aan te wijzen als eerste begunstigde van de overlijdensuitkering. De bank keurt evenwel ook vaak goed dat wordt gewerkt met een partnerverklaring (ook bekend als weduweverklaring, betalingsopdracht of volmachtconstructie). In dat geval is de langstlevende echtgenoot (of samenwonende partner) de eerste begunstigde indien deze aan de bank een schriftelijke opdracht heeft verstrekt om de verzekeringsuitkering namens hem/haar te innen.

De achtergrond van de partnerverklaring is van oorsprong civielrechtelijk. Door de aanwijzing van de langstlevende als eerste begunstigde komt de uitkering namelijk volledig terecht bij de partner in plaats van (deels) in de nalatenschap. Hierdoor is de partner ten aanzien van de uitkering niet afhankelijk van wat de erflater heeft vastgelegd in zijn testament.


In de praktijk wordt vaak gedacht dat het ook met het oog op besparing van erfbelasting de partnerverklaring aantrekkelijk is, omdat de langstlevende partner beschikt over een grote vrijstelling voor de erfbelasting. Deze gedachte is niet altijd juist, omdat het soms aantrekkelijker is dat de uitkering bij het eerste overlijden direct of indirect (deels) terechtkomt bij de kinderen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.