3.3 Rangwisseling

Soms is het nodig dat een ingeschreven of nog te vestigen recht van hypotheek een hogere rang krijgt dan het heeft of zal krijgen op basis van de inschrijving in de openbare registers. Om dit te kunnen realiseren heeft de wetgever in art. 3:262 het instituut van de rangwisseling geïntroduceerd. In dit onderdeel wordt de procedure van rangwisseling van hypotheken beschreven.

Rangwisseling is, zo blijkt uit het tweede lid van art. 3:262, ook mogelijk tussen hypotheken en andere beperkte rechten. Die rangwisseling wordt hier verder niet apart beschreven. Hier wordt reeds opgemerkt wordt dat ten aanzien van pandrechten rangwisseling volgens de hiervoor bedoelde methode niet mogelijk is.

Alvorens de rangwisseling verder te behandelen, een paar woorden over het begrip ‘rang’ (van hypotheken). De rang van een ingeschreven hypotheek wordt bepaald door art. 3:21. Lid 1 van dat artikel zegt dat de rangorde van inschrijvingen die op een zelfde registergoed betrekking hebben, wordt bepaald door de volgorde van inschrijving (tenzij uit de wet een andere rangorde voortvloeit, voorbeelden hiervan zijn de hierna te bespreken rangwisseling en de regeling van art. 505 Rv). Met andere woorden, de hypotheek die het eerst wordt ingeschreven heeft de hoogste rang. Zo komen we te spreken over een eerste hypotheek, een tweede, etc. De bewoordingen van de akte zijn daarbij dus niet bepalend, maar de volgorde van inschrijving. Lid 2 regelt wat rechtens is als twee inschrijvingen op één zelfde tijdstip plaatsvinden en dat zou leiden tot onderling onverenigbare rechten. In dat geval is allereerst de dag van passeren bepalend en als die ook dezelfde is,
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.