8.6 Het Groningse beklemrecht

Met dank aan J.P.A. Wortelboer (notaris te Bedum), B.H.J. Roes (bewaarder Kadaster te Groningen), H. Jansen (adviseur kerkbeheer), A.E. Havenga (rentmeester te Kloosterburen) en E.J. Bennema voor hun informatie en adviezen.

8.6.1 Inleiding en ontstaan

Het recht van beklemming is een zakelijk recht inhoudende het gebruik van eens anders land. Evenals eigendom, erfpacht en vruchtgebruik geeft het recht op volledig genot van de zaak. Als vergoeding is de gerechtigde (beklemde meier genoemd) verplicht jaarlijks een onveranderlijke som (vaste huur) te betalen alsmede ingeval van vererving, huwelijk of overdracht van het recht een zogenaamd geschenk (zijnde een bedrag gelijk aan de huur dan wel een veelvoud of een evenredig deel ervan) te voldoen aan de eigenaar in beklemrechtelijke zin. Indien bebouwing is toegestaan, worden de opstallen eigendom van de beklemde meier. Het beklemrecht houdt dan tevens een opstalrecht in. Beklemrecht is een figuur uit het Germaanse recht.

Het beklemrecht komt thans slechts voor in de provincie Groningen en zeer plaatselijk in Friesland en Drenthe. Tenzij anders is aangegeven, zal steeds van de situatie in Groningen worden uitgegaan.

Het recht van beklemming werd in het verleden gevestigd door middel van het opmaken van een beklembrief, die notarieel werd verleden en destijds overgeschreven in de openbare registers. Men noemde dit ‘te boek brengen’.

In Friesland en Drenthe komen beklemrechten nog sporadisch voor. Het betreft doorgaans percelen die liggen tegen de grens met de provincie Groningen.

Het recht van beklemming werd in het meer recente verleden gevestigd door middel van het opmaken van een beklembrief,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.