8.2 Huur van woonruimte

8.2.1 Wat is woonruimte?

Woonruimte wordt gedefinieerd in art. 7:232. Het gaat om een gebouwde onroerende zaak die als zelfstandige woning is verhuurd, of een gedeelte daarvan. De contractuele bestemming van het gehuurde is van groot belang. Daarbij is de naamgeving van het contract niet beslissend. De Hoge Raad oordeelde in 1993 (HR 24 december 1993, NJ 1994/215), in een zaak waar het ging om de huur van een ‘werkatelier/werkstudio’ dat centraal staat ‘hetgeen partijen, mede in aanmerking genomen de inrichting van het gehuurde, omtrent het gebruik daarvan voor ogen heeft gestaan’.

Ook een woonwagen en een woonwagenstandplaats wordt, sinds 1 juli 1994, als woonruimte aangemerkt. Uit de definitie volgt dat ook (onzelfstandige) kamers en etages als woonruimte worden aangemerkt en dat kamerhuurders derhalve ook huurbescherming genieten.

Soorten huurovereenkomsten en modellen
In het hierna volgende wordt de huur van woonruimte behandeld. Daarbij wordt, waar nodig, verwezen naar de model huurovereenkomst van Aedes (MODEL 8.2.1A). Dit model is gemaakt voor woningcorporaties, maar kan ook gebruikt worden door andere partijen. Voor tijdelijke verhuur verdient een ander model de voorkeur, omdat woningcorporaties in mindere mate gebruik kunnen maken van versoepeling van de huurbescherming bij tijdelijke verhuur sinds 1 juli 2016. Zie daarover onderdeel 8.2.4. Woningcorporaties mogen tijdelijke contracten alleen sluiten in bepaalde gevallen.
MODEL 8.1.2B is een model van de ROZ (www.roz.nl) waarin zowel verhuur voor onbepaalde tijd als tijdelijke verhuur mogelijk is. Bij dat model huurovereenkomst horen losse algemene voorwaarden: MODEL 8.1.2C. 
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.