8.1 Algemeen deel huurrecht

8.1.1 De huurovereenkomst

8.1.1.1 Wat is huur?

Een huurovereenkomst is vormvrij en kan derhalve zowel mondeling als schriftelijk worden aangegaan. De enkele afspraak tussen A en B inhoudende dat A de woning van B kan gaan bewonen tegen betaling van een bedrag van € 350,- per maand, is een huurovereenkomst. Schriftelijke vastlegging van mondeling gemaakte afspraken is niet vereist. Een mondelinge overeenkomst kan echter wel tot bewijsprobleem leiden, als het bestaan hiervan door één der partijen wordt ontkend. Om deze reden is het verstandig een mondeling aangegane huurovereenkomst schriftelijk vast te leggen in een huurcontract.

Indien huurder en verhuurder (mondeling of schriftelijk) overeenstemming hebben bereikt over het aangaan van een huurovereenkomst, zullen zij meestal bij elkaar komen om een huurovereenkomst te tekenen. Deze huurovereenkomst is echter in beginsel niets anders dan een schriftelijke weergave van gemaakte afspraken.

Het is van groot belang om te kunnen vaststellen of een overeenkomst als huurovereenkomst kan worden gekwalificeerd. Indien dit het geval is zijn de dwingende regels van het huurrecht hierop van toepassing. Vooral voor de huurder brengt dit een vergaande bescherming van zijn positie met zich mee. Wanneer is een overeenkomst een huurovereenkomst?

Volgens art. 7:201 is sprake van een huurovereenkomst indien de ene partij, de verhuurder, zich verbindt om aan de andere partij, de huurder, een zaak in gebruik te geven, tegen betaling van een prijs. Indien deze definitie nader wordt bestudeerd, blijkt dat er een tweetal vereisten zijn: gebruik en tegenprestatie.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.