9.5 Natuurschoonwet

9.5.1 Inleiding

Ter behoud van natuurschoon zijn door de wetgever verschillende fiscale faciliteiten gecreëerd voor landgoederen die zijn gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW). Echter, tegenover deze fiscale tegemoetkomingen staan bepaalde voorwaarden. Zo wordt bij het verlenen van de faciliteiten ten aanzien van de belastingen die voortvloeien uit de Successiewet en de Wet op Belastingen van rechtsverkeer, de voorwaarde gesteld dat het landgoed vanaf dat moment nog ten minste 25 jaar lang de NSW-status behoudt. Als het landgoed binnen deze periode wordt overgedragen, is het meestal de bedoeling dat de nieuwe eigenaar de last opgelegd krijgt om de 25-jaarstermijn ‘vol’ te maken. Verder moet bij een eigendomsoverdracht (of daarmee gelijkgestelde gebeurtenissen) worden bedacht dat de nieuwe eigenaar binnen zes maanden een verzoek moet indienen om de rangschikking te continueren omdat anders de landgoedstatus automatisch vervalt. Het gevolg daarvan kan zijn dat belastingfaciliteiten die in het verleden zijn verleend met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Vandaar dat kennisneming van de regels die gelden voor landgoederen van eminent belang is indien een landgoed van eigenaar wisselt. Ook verdienen testamentaire regelingen de aandacht om te vermijden dat de faciliteiten van de Natuurschoonwet verloren gaan.

9.5.2 Voorwaarden die worden gesteld aan een landgoed

Om gebruik te kunnen maken van de hierna te bespreken fiscale faciliteiten moet de onroerende zaak worden gerangschikt als een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 (NSW). Het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 stelt daarbij de volgende vier criteria:
1. de onroerende zaak is ten minste 5 ha groot;

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.