9.4 Successiewet

9.4.1 Samenloop schenkbelasting met overdrachtsbelasting

Als aan iemand een onroerende zaak wordt geschonken is sprake van een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting en een belastbaar feit voor de schenkbelasting.

Overdrachtsbelasting is verschuldigd ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken en daarop betrekking hebbende zakelijke rechten (art. 2 WBR). Overdrachtsbelasting wordt in beginsel geheven over de waarde die de verkregen onroerende zaak heeft in het economische verkeer, waarbij de tegenprestatie die de verkrijger verricht (koopsom plus lasten) als ondergrens van die waarde geldt (art. 9 lid 1 en art. 52 WBR).

Schenkbelasting is verschuldigd van de waarde van al wat door schenking wordt verkregen van iemand, die ten tijde van die schenking in Nederland woonde (art. 1 SW). Het begrip ‘schenking’ zoals dat voor de toepassing van de Successiewet dient te worden verstaan, is het ruime in art. 7:186 lid 2 gedefinieerde begrip ‘gift’ (art. 1 SW). De term ‘giftenbelasting’ zou dus eigenlijk beter aansluiten op het civiele recht. Voorts wordt ook de verkrijging van een onroerende zaak die is gegrond op een natuurlijke verbintenis als een verkrijging krachtens schenking aangemerkt (in beginsel dus belast met schenkbelasting), behoudens de mogelijkheid van vrijstelling (art. 33 SW).

Uit het voorgaande blijkt dat in het kader van onroerende zaak-transacties de samenloop overdrachtsbelasting-schenkbelasting zich telkens voordoet, als met die transactie tevens een gift plaatsvindt in de zin van art. 7:186 lid 2. Een gekwalificeerde vorm van ‘gift’ is de ‘schenking’. Hieronder wordt deze laatste vorm eerst besproken,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.