9.2 Overdrachtsbelasting

9.2.1 Economische eigendom

Verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken – en van rechten waaraan die onroerende zaken onderworpen zijn (hierna ook aangeduid als: zakelijke rechten)– is voor de overdrachtsbelasting formeel alleen belast als die verkrijging juridisch, volgens de regels van het civiele recht, plaatsheeft (art. 2 WBR). Materieel is echter ook sprake van een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting als een onroerende zaak feitelijk, in economische zin, wordt verkregen. Het een is met het ander te rijmen doordat de wet de verkrijging van een onroerende zaak in economische zin bestempelt tot een verkrijging in juridische zin (fictie, art. 2 WBR).

Wettelijk systeem
In de systematiek van de wet is de verkrijging van economische eigendom belast door de fictie dat de juridische eigendom wordt verkregen en niet door de fictie dat economische eigendom als onroerende zaak aangemerkt dient te worden, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is met aandelen in onroerendezaakrechtspersonen (art. 4 WBR). Daarom is het niet zuiver als men zegt dat de verkrijging van de economische eigendom als zodanig belast is; het is immers de onroerende zaak waarop die economische eigendom betrekking heeft die wordt verkregen (die onroerende zaak is het voorwerp van de verkrijging). Consequentie hiervan is ook dat overdrachtsbelasting wordt geheven over de waarde van die onroerende zaak en niet over de waarde van de economische eigendom als zodanig. Een andere consequentie is dat de desbetreffende onroerende zaak twee keer achter elkaar door dezelfde verkrijger kan worden verkregen (zie de in dit verband getroffen voorziening in art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.