5.2 Mandeligheid

5.2.1 Mandeligheid krachtens wet of overeenkomst, algemeen

5.2.1.1 Inleiding

Indien een notaris door partijen wordt verzocht een akte op te stellen waarbij bijvoorbeeld ten behoeve van een gemeenschappelijk WKI-systeem, een gemeenschappelijk binnenterrein of speelterrein dan wel een brandgang, een mandeligheid in het leven wordt geroepen, zal hij bij het opstellen van de overeenkomst van mandeligheid veelal uitgaan van een model ‘vestiging mandeligheid’. Het ligt voor de hand dat de notaris gebruik maakt van het model van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (MODEL 5.2.1.1A) (hierna: KNB-model) of van een daaruit afgeleid kantoormodel. Om dit model te verstaan is het nodig de aard van mandeligheid goed te onderkennen.

Daarom zal in onderdeel 5.2.1.2 allereerst de kern van de rechtsfiguur mandeligheid worden weergegeven. In onderdeel 5.2.1.3 worden de twee vormen van mandeligheid besproken. Ook zal aandacht worden besteed aan de zogenaamde quasi-mandeligheid. In onderdeel 5.2.1.3 zullen de vragen die in de praktijk in verband met mandeligheid krachtens overeenkomst aan de orde komen, worden gesteld, onder verwijzing naar de onderdelen waarin de desbetreffende vraag wordt beantwoord. De elementen welke in de akte houdende vestiging van mandeligheid kunnen en/of moeten worden opgenomen komen aan de orde in onderdeel 5.2.2.9. Het desbetreffende onderdeel is bedoeld als leeswijzer en checklist.

In onderdeel 5.2.3 wordt gesproken over mandeligheid krachtens de wet. Met deze vorm van mandeligheid zal de notariële praktijk vooral te maken hebben in de adviessfeer.

Literatuur:
Berger, Burenrecht, mandeligheid, erfdienstbaarheden (serie Recht en Praktijk deel 13),

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.