4.1 Het recht van erfpacht; titel 7 boek 5 BW

4.1.1 Inleiding

In de registergoedpraktijk kan men op verschillende wijzen met het recht van erfpacht te maken krijgen. Uiteraard kan men betrokken worden bij de vestiging van een nieuw erfpachtrecht, maar vaker komt het voor dat men belast is met de overdracht of met de bezwaring van een al eerder gevestigde erfpacht. Ook is denkbaar dat men betrokken wordt bij de splitsing van een erfpachtrecht in appartementsrechten of bij de wijziging of verlenging van een erfpachtrecht. In dit hoofdstuk komt het recht van erfpacht in al deze facetten aan de orde.

4.1.1.1 Te hanteren model

Bij de vestiging van een nieuw erfpachtrecht zal de notaris de akte meestal baseren op een model. Daarbij kan gedacht worden aan het model vestiging erfpacht van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (MODEL 4.1.1.1A) (hierna: KNB-model) of van een daarvan afgeleid kantoormodel.

Het model sluit nauw aan bij de wettelijke regeling, die voor een groot deel van dwingend recht is. Waar dat gewenst is, is in het model van de KNB ook duidelijk aangegeven welke keuzes gemaakt kunnen worden en daadwerkelijk van de wettelijke regeling kan worden afgeweken (bijvoorbeeld uitsluiting van opzegging door de erfpachter). Waar afwijking volgens de modelmakers alleen in bepaalde specifieke gevallen gewenst is, is dit in het model aangegeven door het opnemen van facultatieve bepalingen, die als ‘Variabel blok’ zijn aangemerkt.

In dit model is zowel aandacht besteed aan de erfpacht in particuliere verhoudingen, als aan de gemeentelijke erfpacht. Bij gebruik van het model moet worden onderscheiden welke partijen bij de vestiging van het recht van erfpacht betrokken zijn.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.