17.2 Joint venture

17.2.1 Vormen van joint ventures

In de Nederlandse wetgeving wordt nergens het begrip joint venture genoemd en er bestaat voor de joint venture geen specifieke rechtsvorm. Wel wordt het woord samenwerking incidenteel gebezigd, onder meer voor de BV in de art. 2:263 lid 3 sub d en art. 2:265 lid 1 sub b en c (in het kader van het structuurregime), overigens zonder dat een definitie van dit begrip samenwerking wordt gegeven. Ook inzake het jaarrekeningenrecht zijn er specifieke bepalingen op de joint venture van toepassing (bijvoorbeeld art. 2:409, waar de proportionele consolidatie bij een joint venture is geregeld).

Het navolgende is gebaseerd op de definitie die door J.A.M. ten Berg wordt gegeven in Ars Aequi (1994/95, nr. 5, p. 7): ‘van een joint venture is sprake als twee of meer overigens zelfstandig blijvende ondernemingen gezamenlijk een nieuwe (afzonderlijke) onderneming opzetten, al dan niet voor een bepaalde periode, en deze onderneming door middel van inbreng voorzien van de nodige knowhow en financieringsmiddelen, een en ander ter verwezenlijking van een gemeenschappelijk doel.’
Een joint venture (letterlijk: gezamenlijke onderneming) is dus een samenwerkingsverband tussen twee of meer partijen, waarbij zij een economische activiteit ondernemen en de daaruit voortvloeiende winst of het verlies delen.
Een joint venture kan verschillende rechtsvormen aannemen; de vormen die worden behandeld zijn de BV, de personenvennootschap, de coöperatie en de (onbenoemde) samenwerkingsovereenkomst. Deze laatste, de joint venture in de vorm van een eenvoudig samenwerkingscontract, wordt slechts summier behandeld.
Wel worden besproken in onderdeel 17.2.1.4 de onderwerpen waaraan moet worden gedacht bij het sluiten van een joint venture overeenkomst.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.