17.1 Inleiding

Het bedrijfsleven kent vele meer of minder vergaande vormen van samenwerking. De voorkeur voor een bepaalde vorm wordt ingegeven door economische, fiscale en civielrechtelijke motieven.
Dit hoofdstuk gaat over samenwerkingsvormen voor ondernemingen, vaak ook joint ventures genoemd. Daarbij wordt onderscheiden in contractuele samenwerkingsvormen (onbenoemde samenwerkingsovereenkomsten, personenvennootschappen) en institutionele samenwerkingsvormen, veelal in de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) en soms in de vorm van een naamloze vennootschap (NV) of coöperatie. Aan de orde komen de meest voor de hand liggende rechtsvormen voor samenwerkingsvormen zoals de BV, de personenvennootschap en de coöperatie (onderdeel 17.2), alsmede, in internationaal verband, het EESV, de Europese vennootschap en de Europese coöperatieve vennootschap (onderdeel 17.5). In onderdeel 17.3 wordt uitgebreid ingegaan op de aandeelhoudersovereenkomst en een wat minder vergaande vorm daarvan, de stemovereenkomst. In besloten verband worden soms ook samenwerkingsafspraken gemaakt door middel van certificering van aandelen. Deze rechtsfiguur wordt derhalve eveneens besproken (onderdeel 17.3.5). Aandelenfusies, bedrijfsfusies en juridische fusies worden, zowel in nationaal als internationaal verband uitgebreid besproken in onderdeel 17.4. Daarna volgen enige varia, waarin de Europese en nationale fusiecontrole, de Wet op het financieel toezicht en Nederlandse regelgeving voor overnamebiedingen summier aan de orde komen (onderdeel 17.5). Afgesloten wordt met een onderdeel over structurering van ondernemingen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.