4.12 Coöšperatie

4.12.1 Inleiding

In dit onderdeel wordt de basisvorm van de coöperatie besproken. De praktijk kent veel variaties op deze basisvorm. Het gaat het bestek van dit handboek te buiten alle mogelijke variaties in detail te bespreken. De behandelaar wordt verwezen naar de uitgebreide literatuur op het gebied van de coöperatie. Veel grotere coöperaties hebben een website waarop veelal ook de statuten en huishoudelijke reglementen zijn gepubliceerd. Wie zoekt naar voorbeelden van statuten kan daar zijn licht opsteken. Voor de akte van oprichting wordt hierna telkens verwezen naar het standaardmodel van de akte van oprichting van de coöperatie (MODEL 4.12.1A).

De structuurregeling voor grote coöperaties valt buiten het bestek van dit hoofdstuk. Verwezen wordt naar de behandeling van de structuurregeling voor kapitaalvennootschappen.

4.12.2 Algemeen

4.12.2.1 Keuze voor de coöperatie

De coöperatie kent anders dan de vereniging geen verbod tot uitkering van de winst onder de leden. Art. 2:53a sluit voor de coöperatie immers art. 2:26 lid 3 (het verbod tot winstuitkering) uitdrukkelijk uit. Er bestaat voor een coöperatie geen verplichting tot uitkering van winst aan de leden.

Indien er sprake is van een vereniging die een coöperatief doel heeft als bedoeld in art. 2:53 lid 1 adviseert de behandelaar de oprichting van een coöperatie. Zie vooral onderdeel 4.12.3.

4.12.2.2 Term coöperatie

De coöperatie is een afzonderlijke rechtspersoon die sinds 1 januari 1989 is geregeld in titel 3 van boek 2 BW. Vroeger werd deze rechtspersoon aangeduid als coöperatieve vereniging.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.