4.10 De vereniging met afdelingen

4.10.1 Inleiding

In de praktijk komen verenigingen met afdelingen veel voor. Als voorbeeld kunnen hier sportbonden en vakbonden worden genoemd. Deze hebben veelal een ingewikkelde structuur en kennen naast plaatselijke en regionale afdelingen (regio s of districten) vaak ook nog functionele afdelingen (amateurs en professionals).

De wet biedt wel de basis voor de vormgeving van verenigingen met afdelingen, maar bevat geen uitgewerkte regeling dat als grondmodel bruikbaar is. Er bestaat een grote variatie in de verschijningsvorm van de vereniging met afdelingen. Het is ondoenlijk in het kader van dit handboek alle mogelijke verschijningsvormen te bespreken. Volstaan wordt daarom met de bespreking van een basisvorm van de vereniging met afdelingen. Daarbij komen de belangrijkste bouwstenen voor deze ingewikkelde rechtsvorm aan de orde.

Op de sites van de genoemde sport- en vakbonden en van talloze andere landelijk opererende organisaties zijn meestal de statuten gepubliceerd. De behandelaar die zich wil laten inspireren door voorbeelden kan deze statuten op het internet raadplegen.

In de literatuur bestaat veel discussie over wat mogelijk is in de juridische vormgeving van een vereniging met afdelingen. De behandelaar wordt hier in het bijzonder verwezen naar Asser/Rensen 2-III* 2017, Dijk/Van der Ploeg 2013, en A.L.G.A. Stille, De afdeling in het verenigingsrecht (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 1986 en de overige daar genoemde literatuur.

4.10.2 Keuze rechtsvorm: vereniging met afdelingen

Er is aanleiding een vereniging met afdelingen te ontwerpen indien een vereniging haar activiteiten wenst te organiseren in territoriaal bepaalde of functioneel bepaalde eenheden.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.