5.2 Keuze voor een stichting

5.2.1 Stichting of vereniging

De stichting is evenals de vereniging een samenwerkingsverband waarbij de deelnemers daaraan geen winstrechten kunnen ontlenen. Beide rechtspersonen trachten met een daartoe bestemd vermogen een bepaald doel te realiseren.
Vanuit het samenwerkingsverband bezien is het grote verschil tussen de stichting en de vereniging dat bij deze laatste de leden betrokken zijn bij de verwerkelijking van het doel. Denk daarbij aan sportverenigingen, toneelverenigingen, muziekverenigingen enzovoorts. De stichting daarentegen kent geen leden (art. 2:285) en is daarom zeer geschikt voor die samenwerkingsverbanden waarbij de deelnemers niet rechtstreeks persoonlijk in hun doen en laten zijn betrokken bij het samenwerkingsverband. Dat zegt niets over de financiele en actieve inhoudelijke betrokkenheid, want die kan bij deelnemers aan een stichting even groot of zelfs groter zijn. Vanwege het ontbreken van een algemene vergadering kan het bestuur van een stichting doorgaans meer slagvaardig optreden dan het bestuur van een vereniging die in veel gevallen de algemene vergadering in de besluitvorming moet betrekken.
Indien de deelnemers aan het samenwerkingsverband geen rechten en verplichtingen dienen te krijgen die zijn toegekend aan leden en aan een algemene vergadering –al dan niet in beperkte mate –dan is de vereniging geen alternatief.

5.2.2 Stichting en vennootschap

De stichting kent geen verplichte kapitaalstorting. Bij de personenvennootschappen en de kapitaalvennootschappen geschiedt de kapitaalinbreng of andere inbreng om vermogensrechtelijk voordeel te behalen en dat voordeel te verdelen tussen de inbrengers. Anders dan bij de kapitaalvennootschappen kent de oprichting van een stichting geen preventief overheidstoezicht.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.