3.9 Administratie; winst en verlies

3.9.1 Administratieplicht

Een ieder die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, is verplicht van zijn vermogenstoestand en van alles betreffende zijn bedrijf of beroep, naar de eisen van dat bedrijf of beroep op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde zijn rechten en plichten kunnen worden gekend (art. 3:15i lid 1 BW). Het bepaalde in art. 2:10 lid 2-4 BW is daarbij van overeenkomstige toepassing (art. 3:15i lid 2 BW).

De vennoten dienen aldus ten minste eenmaal per jaar de jaarstukken (balans en staat van baten en lasten) op te maken en op papier te stellen. Aan de hand van deze jaarstukken kan ook rekening en verantwoording worden afgelegd. Een tussentijds opmaken van de jaarstukken is mogelijk en soms aangewezen. Het opmaken van de jaarstukken dient te gebeuren binnen zes maanden na afloop van het boekjaar.

Op basis van de wet zijn de maatschap, vof en cv niet verplicht een jaarrekening op te maken, vast te stellen en te publiceren, behoudens het bepaalde in art. 2:360 lid 2 BW.

3.9.2 Rekening en verantwoording

Iedere vennoot is ten minste eenmaal per jaar rekening en verantwoording verschuldigd aan zijn medevennoten over hetgeen hij voor de maatschap of de vof of cv heeft verricht en de eventuele financiële gevolgen daarvan. Iedere vennoot heeft recht op de inlichtingen en de bewijsstukken die hij redelijkerwijs nodig heeft om zich een oordeel te kunnen vormen over de omvang van de eventueel gemaakte winst en daarmee over de omvang van het hem toekomende bedrag ter zake (HR 25 maart 1977,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.