2.4 Akte van oprichting en inbrengakte

2.4.1 Inleiding

In dit onderdeel zal worden uitgelegd hoe de ontwerpakte van oprichting van een B.V. en, voor het geval de aandelen worden volgestort anders dan in geld, de inbrengakte moeten worden opgemaakt.
De wet schrijft voor dat de vennootschap door een of meer personen wordt opgericht bij notariële akte. De akte wordt getekend door iedere oprichter en door ieder die blijkens deze akte een of meer aandelen neemt (art. 2:175 lid 2).
Art. 2:177 lid 1 maakt een onderscheid tussen de akte van oprichting en de statuten; in dit artikel wordt bepaald dat de akte van oprichting de statuten van de vennootschap moet bevatten.
De akte bestaat uit een ‘kop’ (begin) en een ‘staart’ (slot) en daartussen de statuten. In de ‘kop’ van de akte wordt geconstateerd wie verschijnt en wie de oprichter is, die vervolgens de statuten van de vennootschap vaststelt, waarna de statuten volgen, die beginnen (en eindigen) met artikelnummers of met ‘STATUTEN’. Na het laatste artikel van de statuten komt het ‘slot’ van de akte dat meestal begint met de tekst: ‘Tenslotte verklaart (of: ‘verklaarde’) de comparant.’
Het onderscheid tussen de akte en de statuten is van belang voor een eventuele latere wijziging. Staat er een fout in de ‘kop’ en/of de ‘staart’ van de akte van oprichting, dan kan dit verbeterd worden via een proces-verbaal van verbetering of een rectificatieakte. Een proces-verbaal van verbetering kan alleen indien het betreft een kennelijke schrijffout of kennelijke misslag (art. 45 Wna). Daarvoor hoeven partijen niet in de akte vermeld te worden.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.