13.1 Soorten ontbinding

13.1.1 Inleiding

Per 1 januari 2018 bestaan er ongeveer 910.000 BV s, 240.000 verenigingen, 220.000 stichtingen, 8.400 coöperaties, 3.800 NV s en 274 onderlinge waarborgmaatschappijen. Het zal dan ook niet verbazen dat de meeste ontbindingen zich voordoen bij de rechtsvorm van de besloten vennootschap.

Het aantal vrijwillig, krachtens een besluit van de algemene vergadering, ontbonden BV s bedroeg in 2017 ruim 27.000 per jaar. Ter vergelijking: het aantal vrijwillig ontbonden stichtingen bedroeg in dat jaar ruim 5.000 en het aantal vrijwillig ontbonden verenigingen ruim 1.500. Hierna volgt een procesbeschrijving van de vrijwillige ontbinding en vereffening van vooral besloten vennootschappen, stichtingen en verenigingen.

13.1.2 Ontbindingsgronden

13.1.2.1 Ontbindingsgronden vermeld in Boek 2 BW

Een rechtspersoon wordt ingevolge art. 2:19 lid 1 ontbonden:
a. door een besluit van de algemene vergadering of, indien de rechtspersoon een stichting is, door een besluit van het bestuur tenzij in de statuten anders is voorzien;
b. bij het intreden van een gebeurtenis die volgens de statuten de ontbinding tot gevolg heeft, en die niet een besluit of een op ontbinding gerichte handeling is;
c. na faillietverklaring door hetzij opheffing wegens de toestand van de boedel ingevolge art. 16 Fw, hetzij door insolventie ingevolge art. 173 Fw of art. 137f Fw;
d. door het geheel ontbreken van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is;
e. door een beschikking van de Kamer van Koophandel en Fabrieken ingevolge art. 2:19a (de administratieve ontbinding);

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.