22.4 Het financi‘ële recht gelet op eerdere hoofdstukken

22.4.1 Oprichting (hoofdstuk 1-5)

Bij oprichting van een rechtspersoon of vennootschap is het van belang om rekening te houden met het financiële toezichtrecht. In de eerste plaats moet worden nagegaan of de beoogde activiteiten van de op te richten entiteit gereguleerd zijn en de entiteit vergunningplichtig is. Welke entiteiten vergunningplichtig zijn, kwam in de voorgaande paragrafen aan bod. Onder omstandigheden kan gebruik worden gemaakt van een vrijstelling of ontheffing. Ook daarvoor zij verwezen naar de voorgaande paragrafen.

Als de op te richten entiteit vergunningplichtig zal zijn, is dit van belang voor een aantal aspecten rond de oprichting. Het toezichtrecht kan restricties geven omtrent de rechtsvorm, de zetel, de doelomschrijving, de zeggenschap, de bestuurders, commissarissen en andere partijen die het beleid van de instelling (mede) bepalen, het minimum eigen vermogen, de jaarrekeningplicht en de benaming. Dit is in het kader van de oprichting van belang voor de inrichting van de statuten, de benoeming van bestuurders en commissarissen, de uitgifte van aandelen en eventuele aandeelhoudersovereenkomsten.

Als de financiële onderneming een ontheffing heeft van bepaalde delen van de Wft, betekent dat niet, dat zij bij de oprichting en daarna geen rekening hoeft de houden met de Wft. Integendeel. Enerzijds staan in de regel verschillende voorschriften in de ontheffing. Daarnaast verplicht de Wft financiële ondernemingen met een ontheffing, om de toezichthouders op de hoogte te houden van wijzigingen, op soortgelijke wijze als vergunninghoudende entiteiten dat moeten doen.

In de Wft zijn de belangrijkste voorschriften waarmee ten minste rekening gehouden moet worden bij vergunningaanvraag redelijk eenvoudig te vinden.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.