10.7 Vermogensklem stichting

10.7.1 Wat valt onder vermogensklem?

Indien een stichting van rechtsvorm wordt gewijzigd, komt het leerstuk van de vermogensklem aan de orde. De vermogensklem wordt op diverse manieren aangeduid in de literatuur: beklemd vermogen, bestemmingsklem of gefixeerd vermogen. Dit leerstuk houdt in dat het vermogen van de stichting dat de stichting op het moment van rechtsvormwijziging heeft, beklemd wordt (art. 2:18 lid 6). Dat wil zeggen, dat dit vermogen en de vruchten van dat vermogen in beginsel alleen mogen worden besteed conform de doelstelling en de overige inhoud van de statuten van de stichting zoal deze luidden voor rechtsvormwijziging.

Van dit uitgangspunt mag alleen worden afgeweken na verkrijging van de toestemming van de rechter.

Rechtsvormwijziging van een stichting in een BV: na rechtsvormwijziging kan toestemming worden gevraagd aan rechter om beklemd vermogen anders te besteden op grond van art. 2:18 lid 6 (Rb Zwolle 7 februari 2003, JOR 2004, 1).

De behandelaar kan dit uitgangspunt vormgeven door bijvoorbeeld in de statuten van de stichting na rechtsvormwijziging een zogenaamde ‘rechtsvormwijzigingsreserve’ te creëren, waarop het vermogen van de stichting ten tijde van de rechtsvormwijziging wordt geboekt (zie HR 21 januari 2011, JOR 2011/75, OPTAS).

De rechter bepaalde bij rechtsvormwijziging van Stichting Het Gastouderbureau in een BV dat het vermogen van de stichting in een afzonderlijke reserve opgenomen dient te worden op grond van art. 2:18 lid 6 (Rb. Zwolle 21 november 2003, JOR 2004/68).

Daarbij dient wel duidelijk te worden beschreven dat dit vermogen niet statisch is.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.