10.5 Rechterlijke machtiging

10.5.1 Wanneer vereist

De wetgever is van oordeel dat voor bepaalde vormen van rechtsvormwijziging rechterlijke machtiging voor de rechtshandeling is vereist vanwege het ingrijpende karakter van deze rechtsfiguur. Het betreft de volgende varianten (art. 2:18 lid 4):
– rechtsvormwijziging van een stichting;
– rechtsvormwijziging in een stichting;
– rechtsvormwijziging van een NV in een vereniging;
– rechtsvormwijziging van een BV in een vereniging.

Alle rechtsvormwijzigingen van of in een stichting vereisen rechterlijke machtiging. Reden hiervoor is dat de stichting naar haar aard afwijkt van alle andere privaatrechtelijke rechtspersonen. Bij rechtsvormwijziging van een stichting dient het vermogen van de stichting gewaarborgd te blijven. Daarnaast acht de wetgever een kapitaalvennootschap niet verwant aan een vereniging, maar wel aan een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij op grond waarvan in laatstgenoemde gevallen geen rechterlijke machtiging vereist is.

Alle overige varianten zijn niet zo ingrijpend dat de wetgever toezicht door de rechter noodzakelijk acht. Rechtsvormwijziging van een NV in een BV en vice versa vereisen geen rechterlijke machtiging omdat dit verwante rechtsvormen zijn. Met de  flexibilisering van het BV-recht zijn deze rechtsvormen minder verwant aan elkaar te noemen. Rechtsvormwijziging tussen de rechtsvormen vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij behoeft eveneens geen rechterlijke machtiging vanwege de verwantschap tussen deze rechtsvormen.

De verzoeker tot rechterlijke machtiging is de rechtspersoon. Dat betekent dat het verzoekschrift wordt gedaan door het voltallige bestuur van de rechtspersoon die de goedkeuring voor de rechtsvormwijziging verzoekt. De advocaat die het verzoekschrift ondertekent, doet dat namens het voltallige bestuur van de van rechtsvorm te wijzigen rechtspersoon.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.