10.3 Besluitvorming opstellen

10.3.1 Inleiding

De behandelaar dient de besluitvorming voor te bereiden voor de beoogde rechtsvormwijziging. Belangrijk is dat altijd twee afzonderlijke besluiten genomen moeten worden, te weten een besluit tot rechtsvormwijziging en een besluit tot statutenwijziging (art. 2:18 lid 2 sub a en b).

Een besluit tot statutenwijziging betekent impliciet een goedkeuring voor de wijziging van rechtsvorm. Toch schrijft de wet expliciet twee afzonderlijke besluiten voor. Uit de naam van de rechtspersoon is altijd de rechtsvorm af te leiden. Een besluit tot statutenwijziging is niet goed denkbaar zonder een besluit tot rechtsvormwijziging.

Een besluit tot rechtsvormwijziging heeft uitsluitend betrekking op de te wijzigen rechtsvorm. Een besluit tot statutenwijziging heeft betrekking op de gehele inhoud van de statuten.

In een vergadering is besloten tot statutenwijziging en rechtsvormwijziging; op basis van één agendapunt wordt één besluit genomen. De wet eist dat voor rechtsvormwijziging twee afzonderlijke besluiten worden genomen: een besluit tot rechtsvormwijziging en een besluit tot statutenwijziging. Deze besluiten moeten afzonderlijk worden geagendeerd en afzonderlijk in stemming worden gebracht. De situatie kan zich voordoen dat het besluit tot rechtsvormwijziging wordt aangenomen en het besluit tot statutenwijziging niet wordt aangenomen. Deze situatie kan zich voordoen indien de vereiste meerderheid het principe van het aannemen van een andere rechtsvorm wel aanvaardt maar bijvoorbeeld nog geen instemming heeft bereikt over de inhoud van de statuten, bijvoorbeeld of er wel of geen raad van commissarissen wordt ingesteld.

Indien beide besluiten ineens worden genomen, is verdedigbaar dat het aannemen van het besluit tot statutenwijziging het aannemen van het besluit tot rechtsvormwijziging impliceert aangezien uit de statuten de rechtsvorm blijkt.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.