18.6 Sancties en bedrijfsovernames

Sancties bij niet-naleving van de wet in het geval een ondernemer besluit tot een bedrijfsovername die niet door een advies van de ondernemingsraad wordt ondersteund, vindt men met name in de WOR.

De WOR bepaalt in art. 25 lid 5 en 6 dat indien de ondernemer een besluit neemt waarbij het advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel wordt gevolgd, de ondernemer het besluit gedurende een maand na de dag waarop de ondernemingsraad van dat besluit in kennis is gesteld, dient op te schorten. Gedurende die maand kunnen partijen hetzij alsnog tot overeenstemming komen, hetzij kan de ondernemingsraad zich tot de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam wenden.
Ingevolge art. 26 WOR dient de ondernemingsraad beroep in te stellen tegen het besluit van de ondernemer. De ondernemingsraad kan beroep instellen indien het besluit van de ondernemer afwijkt van het advies van de ondernemingsraad of ‘wanneer feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die, waren zij aan de ondernemingsraad bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van het advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om het advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht.’ De grond voor het instellen van een dergelijk beroep kan ingevolge de WOR slechts zijn, dat de ondernemer bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen.

Bij gegrondbevinding van het verzoek zal de Ondernemingskamer het besluit kennelijk onredelijk achten. Voorts kan de Ondernemingskamer, op verzoek van de ondernemingsraad, voorzieningen treffen die ertoe strekken de ondernemer te verplichten het besluit geheel of ten dele in te trekken,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.