19.6 Concentratiecontrole

19.6.1 Inleiding

Een concentratie leidt tot een structurele verbinding tussen ondernemingen waardoor deze ten opzichte van elkaar geen zelfstandige marktpartijen meer zijn. De bepalingen inzake mededingingsafspraken zijn in beginsel op hun onderlinge betrekkingen niet van toepassing. Concentraties kunnen echter evenzeer als mededingingsafspraken nadelige gevolgen hebben voor de mededinging. Dit kan met name het geval zijn wanneer ondernemingen die een sterke positie op een markt innemen, deze positie door middel van een concentratie verder versterken. In dergelijke gevallen kunnen door concentraties machtsposities ontstaan of worden versterkt die de mededinging op een markt in vergaande mate uitschakelen. Te onderscheiden zijn:
– horizontale concentraties: tussen concurrenten;
– verticale concentraties: tussen aanbieders en distributeurs, waardoor bijvoorbeeld voor andere aanbieders een distributiekanaal wordt ‘afgesloten’, met als gevolg beperking van de concurrentie tussen aanbieders; en
– conglomeraatconcentraties: tussen ondernemingen die op verschillende nauw met elkaar verbonden markten werkzaam zijn (dus voordien niet met elkaar concurreerden), waardoor de prikkel ontstaat tot een hefboomwerking om marktmacht op de ene markt over te hevelen naar de andere markt, bijvoorbeeld door koppelverkoop of bundeling van goederen of diensten of andere manieren van uitsluiting, met gevolgen voor zowel de bestaande als voor potentiële concurrentie (door vermindering van concurrentiedruk kan bijvoorbeeld de gefuseerde eenheid de prijzen verhogen). Let wel: bij niet-horizontale concentratie is er geen concurrentievermindering op dezelfde relevante markt en zijn efficiëntieverbeteringen mogelijk.

Evenals voor kartels en machtsmisbruik sluit de Mw voor concentraties zo veel mogelijk aan bij de EU-mededingingsregels die rechtstreeks van toepassing zijn op een belangrijk deel van het Nederlandse bedrijfsleven.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.