19.5 Ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht

19.5.1 Inleiding

De concurrentie kan ook eenzijdig worden beperkt door een individuele onderneming of door een groep (collectief) van ondernemingen die een sterke positie op de markt bezit en zich daardoor kan gedragen op een wijze die een onderneming zonder een dergelijke machtspositie zich niet kan veroorloven – tenzij er sprake is van een verboden afspraak met concurrenten. Hierbij kan gedacht worden aan het boycotten van afnemers (leveringsweigering), prijsmisbruik (onbillijke prijzen (hoog), roofprijzen (laag) en getrouwheidskortingen) of koppelverkoop. Van een collectieve economische machtspositie is sprake wanneer twee of meer onafhankelijke economische eenheden op een specifieke markt door zodanige economische banden zijn verenigd, dat zij hierdoor hun optreden op de markt kunnen coördineren.

Art. 24 Mw luidt:
‘1. Het is ondernemingen verboden misbruik te maken van een economische machtspositie.
2. Het tot stand brengen van een concentratie als omschreven in art. 27 wordt niet aangemerkt als het misbruik maken van een economische machtspositie.’

Het eerste lid volgt het Europese mededingingsrecht, het tweede lid doet dat niet. Concentraties met Europese dimensie kunnen soms leiden tot overtreding van het verbod van art. 102 VWEU (wegens structureel misbruik). Doordat het tweede lid alleen verwijst naar art. 27 Mw – en niet naar art. 29 Mw – worden Nederlandse concentraties onder de drempel van art. 29 Mw vrijgesteld van het misbruikverbod van art. 24 Mw.

19.5.2 Economische machtspositie

In de begripsbepaling (art. 1 Mw) wordt ‘economische machtspositie’ omschreven als de ‘positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.