19.4 Kartellen

19.4.1 Beoordelingskader

Doel van het mededingingsrecht is het beschermen van de mededinging op de markt als middel om voor een doelmatige allocatie van productiefactoren te zorgen en zo de welvaart van de consument te vergroten. Paradoxaal is dat een overeenkomst die de mededinging beperkt, tegelijkertijd efficiëntiewinsten kan opleveren waardoor de mededinging juist wordt bevorderd. Immers, efficiëntieverbeteringen kunnen toegevoegde waarde creëren door het verlagen van de kostprijs van de productie van een bepaald product, door het verbeteren van de kwaliteit van het product of het scheppen van een nieuw product. Wanneer de positieve mededingingseffecten van een overeenkomst opwegen tegen de negatieve, is de overeenkomst uiteindelijk mededingingsbevorderend en verenigbaar met de doelstelling van het mededingingsrecht. Het netto-effect van dergelijke overeenkomsten is te bevorderen wat juist het wezen is van de concurrentiewerking, namelijk klanten winnen door het aanbieden van betere producten of betere prijzen dan die welke door concurrenten worden aangeboden.

Dit beoordelingskader is terug te vinden in het eerste en derde lid van art. 6 VWEU. In het derde lid wordt uitdrukkelijk erkend dat beperkende overeenkomsten objectieve economische voordelen kunnen opleveren die opwegen tegen de negatieve effecten van de mededingingsbeperking (zie Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren betreffende de toepassing van art. 81 lid 3 van het Verdrag (thans: art. 101 VWEU), PbEU 2004, C 101/97, nr. 33).

19.4.2 Art. 6 lid 1 Mededingingswet

Het eerste lid van art. 6 Mw luidt: ‘Verboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.