19.3 Gecombineerd systeem van Nederlands en EU-mededingingsrecht

19.3.1 Bronnen

Bronnen van het in Nederland geldende mededingingsrecht zijn enerzijds het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) – de nieuwe naam van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG) – en daarop berustende Verordeningen, en anderzijds de Mededingingswet (Mw) alsmede regels ter uitvoering van die wet.
In het VWEU zijn de bepalingen van het EG hernummerd, voor mededinging de art. 101 – 109 in plaats van de art. 81-89. De bepalingen van de Mw zijn georiënteerd op de mededingingsregels uit Europese bron. Inhoudelijk zijn er nauwelijks verschillen. Het is de bedoeling van de wetgever dat het Nederlandse mededingingsrecht niet strenger en niet soepeler is dan het Europese. Omdat de Mw van recente datum is (1998), zijn de (gepubliceerde) beschikkingen die de Europese Commissie (de Europese mededingingstoezichthouder) in de loop der jaren ten aanzien van (het marktgedrag van) individuele ondernemingen heeft gegeven, alsmede de rechtspraak in mededingingszaken van het Gerecht van eerste aanleg (GvEA) en van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van grote betekenis voor de toepassing van de Mw. Over de uitleg van begrippen die deze wet heeft ontleend aan het Europese recht, kan de Nederlandse rechter aan het HvJEU een prejudiciële beslissing vragen.
Voor de toepassing van de Mw zijn voorts van belang de beleidsregels die de Nederlandse overheidstoezichthouder (voorheen de Nederlandse Mededingingsautoriteit – NMa – sedert 1 april 2013 de Autoriteit Consument en Markt – ACM) van tijd tot tijd publiceert, al dan niet in navolging van beleidsregels van de Europese Commissie in de vorm van Mededelingen of Richtsnoeren.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.