19.2 De economische achtergrond van het mededingingsrecht

19.2.1 Economische politiek, mededingingsbeleid en mededingingsrecht

19.2.1.1 Marktefficiënties

In 1776 publiceerde de Britse econoom Adam Smith zijn boek ‘An Inquiry into the Nature and the Causes of the Wealth of Nations’. Sindsdien is de werking van (vraag en aanbod op) markten onderwerp van studie. Smith stelde vast dat het streven naar winst en het prijsmechanisme de gedragingen van consumenten en producenten zo sturen dat een maximale welvaart voor allen het gevolg is. Dit is de door Smith zo genoemde ‘invisible hand’ die de wensen van de bevolking en de mogelijkheden van de volkshuishouding onzichtbaar coördineert.
De mate waarin burgers zelf beslissen over productie en consumptie wordt bepaald door het maatschappelijk systeem ofwel de economische orde van een land. In Nederland (en in de Europese Unie, hierna EU) is gekozen voor de economische orde van de georiënteerde markteconomie. Dat wil zeggen dat de economische beslissingen in beginsel decentraal (door de markt) gecoördineerd worden, maar dat zo nodig (bij tekortschieten van de markt) de overheid kan interveniëren om bepaalde doelen van algemeen belang te realiseren.

De economische orde is geen statisch gegeven, zomin als de markt dat is. De ordening is aan voortdurende verandering onderhevig, immers de maatschappelijke en technologische omstandigheden, waarin consumenten en producenten keuzes moeten maken, veranderen voortdurend. Dit noemt men wel de dynamiek van markten. De functie van de economische politiek (beleid van de overheid) is om het economisch proces (de marktprocessen) zodanig te bewaken (monitoren) en te sturen dat de uitkomsten aansluiten bij de wensen van de consumenten,
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.