14.9 Het verbod tot financiële steunverlening

14.9.1 Achtergrond van de bepaling

Art. 2:98c bevat een regeling voor financiële steunverlening bij de verkrijging van eigen aandelen. De regeling is in het Nederlandse vennootschapsrecht terecht gekomen ter uitvoering van de tweede EEG-Richtlijn (thans art. 64 Richtlijn (EU) 2017/1132). In art. 23 lid 1 van de oorspronkelijke Richtlijn werd het een NV verboden middelen voor te schieten, leningen toe te staan of zekerheden te stellen met het oog op de verkrijging van haar aandelen door derden.

De regeling ter zake van financiële steunverlening is bedoeld als een aanvulling op de inkoopbepalingen. Verhinderd moest worden dat de beperkingen die worden gesteld aan het inkopen van eigen aandelen worden ontgaan, doordat de vennootschap eigen aandelen door derden doet kopen met door de vennootschap verschafte middelen of met behulp van een zekerheidsstelling. Dit werd ongewenst geacht, omdat aldus in feite eenzelfde aantasting van het kapitaal plaats kan hebben als in geval van een inkoop van eigen aandelen. De vennootschap loopt het risico dat de voorgeschoten, of uitgeleende gelden of de gelden waarvoor zij een zekerheidsstelling heeft verleend nimmer worden (terug-)betaald. Naast een aantasting van het eigen vermogen betekent dit ook een aantasting van de realiteit van het kapitaal, omdat een deel van het kapitaal van de vennootschap niet door de aandeelhouders wordt verschaft, maar door de vennootschap zelf wordt gefinancierd. Vandaar dat de richtlijngever oorspronkelijk heeft gekozen voor een algemeen verbod tot het voorschieten van middelen, het toestaan van leningen en het stellen van zekerheden door de vennootschap met het oog op de verkrijging van haar aandelen door derden.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.