14.8 Verkrijging van eigen aandelen bij de BV

14.8.1 Verbod tot het nemen van eigen aandelen

Art. 2:205 verbiedt het nemen van eigen aandelen door de BV (zelfemissie). De sanctie op overtreding van het verbod is de nietigheid van de uitgifte. De BV zal daarom noch aandelen aan zichzelf kunnen uitgeven noch zichzelf het recht op het nemen van aandelen kunnen verlenen.

Art. 2:206a verleent aan iedere aandeelhouder bij uitgifte van aandelen een voorkeursrecht naar evenredigheid van het gezamenlijke bedrag van zijn aandelen. Houdt de BV aandelen in haar eigen kapitaal, bijvoorbeeld na een inkoop van eigen aandelen, dan verbiedt art. 2:205 dat de BV gebruik maakt van het voorkeursrecht verbonden aan de door haar gehouden eigen aandelen.

Het bepaalde in art. 2:325 lid 4 voorkomt dat de BV zich via een juridische fusie aandelen in haar eigen kapitaal toekent. Hoofdregel is dat aandeelhouders van een bij fusie verdwijnende vennootschap aandeelhouder worden van de verkrijgende vennootschap; art. 2:311 lid 2. Houdt een verkrijgende vennootschap echter aandelen in een verdwijnende vennootschap, dan kan zij in afwijking van deze hoofdregel zichzelf voor die aandelen geen aandelen toekennen in haar eigen kapitaal, omdat de aandelen die een verkrijgende vennootschap in het kapitaal van een verdwijnende vennootschap houdt op grond van art. 2:325 lid 4 ‘vervallen’.

Vindt de plaatsing van de aandelen plaats via een tussenpersoon voor rekening van de vennootschap, dan wordt deze geacht de aandelen voor eigen rekening te nemen; art. 2:207b. Deze tussenpersoon heeft dan niet alleen de plicht de aandelen vol te storten,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.