14.3 Stortingsvoorschriften bij de BV

14.3.1 Geen minimumkapitaalvoorschrift

Voor de BV geldt sinds 1 oktober 2012 geen minimumkapitaalvoorschrift meer. Op dit voorschrift was de nodige kritiek geleverd. Het verplichte minimumkapitaal verleent slechts een zeer beperkte bescherming aan crediteuren. Voor vele bedrijfsactiviteiten van een BV was het voordien voorgeschreven aanvangskapitaal van € 18.000 niet toereikend. Voorts heeft een minimumkapitaalvoorschrift alleen betekenis indien het op de aandelen gestorte bedrag nog daadwerkelijk in het vermogen van de vennootschap aanwezig is op het moment dat de crediteur voor zijn geleverde diensten dan wel goederen betaald wenst te worden. Er is geen enkele garantie dat dit inderdaad het geval zal zijn. Het gaat de crediteur om voldoening van zijn vordering. Met andere woorden, de liquiditeit van de vennootschap op de korte en de lange(re) termijn dient toereikend te zijn ter voldoening van de vorderingen van haar crediteuren. Het minimumkapitaalvoorschrift schiet vanuit dit oogpunt tekort; het geeft crediteuren slechts een schijnzekerheid.

Gezien het voorgaande is het minimumkapitaalvereiste door de Wet Flex-BV afgeschaft. De oprichters kunnen zelf bepalen met welk kapitaal zij de BV bij oprichting financieren. Dit kan een zeer laag bedrag zijn. Een geplaatst kapitaal van € 0,01 is mogelijk. De afschaffing van het minimumkapitaalvereiste verandert echter weinig aan de risico s die bestuurders (en aandeelhouders die zich met het beleid van de BV bemoeien) lopen, indien zij namens de BV verplichtingen aangaan terwijl zij wisten of redelijkerwijze moesten begrijpen dat de BV niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de schuldeiser op grond daarvan zou lijden.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.