14.11 Kapitaalvermindering

14.11.1 Bevoegdheid tot kapitaalvermindering

Art. 2:99/2:208 bepaalt dat de algemene vergadering kan besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door intrekking van aandelen of door het bedrag van de aandelen bij statutenwijziging te verminderen. In het besluit moeten de aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen en moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.

Net als bij een voorstel tot statutenwijziging (art. 2:123/2:233 lid 1) dient bij een voorstel tot kapitaalvermindering in de oproeping tot de vergadering het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering te worden vermeld; art. 2:99 lid 7/2:208 lid 5.
Voorts verklaart art. 2:99 lid 7/2:208 lid 5 de leden 2, 3 en 4 van art. 2:123/2:233 van overeenkomstige toepassing. Dit brengt mee dat degenen die de oproeping doen tegelijkertijd een afschrift van het voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen ten kantore van de NV/BV ter inzage moeten neerleggen voor aandeelhouders en houders van met medewerking van de NV/BV uitgegeven certificaten van aandelen, tot de afloop van de vergadering. Verder moeten de aandeelhouders en houders van met medewerking van de NV/BV uitgegeven certificaten in de gelegenheid worden gesteld van de dag van de neerlegging tot die van de vergadering gratis een afschrift van het voorstel te verkrijgen.

Bij de BV geldt voor het besluit van de algemene vergadering tot kapitaalvermindering een gewone meerderheid van stemmen. Voor de NV gelden voor de besluitvorming rond kapitaalvermindering extra eisen die zijn neergelegd in art. 2:99.
Anders dan bij de BV moet bij de NV het besluit van de algemene vergadering tot kapitaalvermindering worden genomen met de in art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.