14.10 Kapitaalverhoging en het voorkeursrecht van aandeelhouders

14.10.1 Bevoegdheid tot kapitaalverhoging

Bij de regeling van de emissie van aandelen staat de bescherming van de belangen van aandeelhouders centraal. Art. 2:96/2:206 lid 1 verklaart de algemene vergadering bevoegd tot het nemen van een emissiebesluit (MODEL 14.10.1A). Voor het besluit tot emissie zijn in de wet geen specifieke vereisten voor quorum en stemmenmeerderheid neergelegd. Dergelijke vereisten kunnen wel in de statuten worden opgenomen.

In de uitwerking van de regeling rondom de emissiebevoegdheid zijn er verschillen tussen de NV- en de BV-bepaling.

Bij de BV komt de bevoegdheid tot uitgifte te besluiten toe aan de algemene vergadering, indien de statuten dit bepalen of indien de statuten over de uitgiftebevoegdheid zwijgen. Anders dan bij de NV, mag bij de statuten van een BV voor onbepaalde tijd aan een ander orgaan dan de algemene vergadering de bevoegdheid tot uitgifte worden verleend (MODEL 14.10.1B; model statutaire aanwijzingsbepaling). Het betreft een orgaan als bedoeld in art. 2:189a: het bestuur, de raad van commissarissen, de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen en de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding (hierna: BGA). In de besloten kring van aandeelhouders van een BV kunnen de aandeelhouders nauw genoeg bij de vaststelling en wijziging van de statuten betrokken zijn om dit aan de statuten over te laten. Indien een dergelijke bepaling is opgenomen in de statuten van een BV is hiervan het gevolg dat de algemene vergadering niet tot uitgifte bevoegd is.
Slechts indien de uitgiftebevoegdheid niet aan algemene vergadering is onttrokken is zij bevoegd een ander orgaan aan te wijzen als zijnde bevoegd te besluiten tot een uitgifte van aandelen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.