12.6 Lidmaatschap vereniging

Lidmaatschap van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij verdient aandacht indien de splitsende rechtspersoon een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij is. In het splitsingsvoorstel moet een regeling opgenomen worden waarin de maatregelen zijn beschreven die worden toegepast in verband met het lidmaatschap van de leden.

Het lidmaatschap van de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij is niet zoals aandelen van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid overdraagbaar. Echter, bij splitsing van verenigingen, coöperaties of onderlinge waarborgmaatschappijen kunnen de leden van rechtswege lid van de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij worden waarin hun vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij opgaat. Indien bijvoorbeeld de vereniging een ideëel karakter heeft is de automatische overgang niet zo vanzelfsprekend. Mocht (dus) een lid van de splitsende vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, om welke reden dan ook, geen lid willen worden van een verkrijgende rechtspersoon, dan kan hij zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem het besluit tot fusie is meegedeeld (art. 2:36 lid 4). Zaak is wel om te kijken of de statuten van de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij bepalen dat het lidmaatschap van de vereniging dat door splitsing ophoudt te bestaan, overgaat op de verkrijgende rechtspersoon.

Indien een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij leden-rechtspersonen kent, gaat door splitsing van een lid dat rechtspersoon is, het lidmaatschap over op de verkrijgende rechtspersoon. De vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij kan, indien zij dat wenst, deze wijze van overgang van het lidmaatschap statutair verhinderen (art. 2:34 lid 2).

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.