11.7 Mededingingsrecht van toepassing?

11.7.1 Inleiding

Het kartelrecht is er omwille van een goede marktwerking en richt zich in hoofdzaak op de volgende soorten gedragingen:
– afspraken die de mededinging kunnen verhinderen, beperken, of vervalsen (kartelverbod);
– misbruik van economische machtspositie;
– het tot stand brengen van fusies van ondernemingen zonder voorafgaande toestemming van de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
Met bovenstaande gedragingen kan men in aanraking komen wanneer het gaat om een fusie. Alvorens deze gedragingen worden besproken, eerst iets over het gecombineerde systeem van Nederlands en Europees kartelrecht en over het kartelrecht in zijn algemeenheid. Zie hierover in het algemeen hoofdstuk 19.

Het Nederlandse en het Europese kartelrecht geven dezelfde inhoudelijke regels. Dit is het gevolg van het uitgangspunt dat het Nederlandse kartelrecht nauw aansluit bij het Europese kartelrecht. Dit betekent dat kartels en misbruik van machtspositie in Nederland zijn onderworpen aan één systeem van materiële normen. De toepassing van dit systeem is voor een belangrijk deel toevertrouwd aan de ACM en de Nederlandse rechter. Bij zaken met een Europese dimensie ligt in principe het voortouw bij de Europese Commissie en de Nederlandse rechter.

Om het kartelrecht concreet vorm te geven, is het nodig de relevante markt vast te stellen, dat wil zeggen de markt waarop de betreffende concurrentiehandeling zich afspeelt. De relevante markt bestaat uit de productmarkt en geografische markt. De SSNIP-test kan hierbij een rol spelen: de vraag die moet worden beantwoord is of de afnemers van de partijen, als gevolg van een hypothetische geringe (tussen de 5% en 10%) duurzame verhoging van de prijs van de onderzochte producten in de betrokken gebieden zouden overschakelen op gemakkelijk verkrijgbare vervangproducten of op leveranciers die elders zijn gevestigd.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.