1.3 Recherche natuurlijke personen en rechtspersonen

1.3.1 Opvragen gegevens bij de cliënt

Welke stukken moeten bij de cliënt opgevraagd worden? De volgende stukken moeten altijd worden opgevraagd:
– paspoort of een ander geldig legitimatiebewijs van de opdrachtgever(s);
– statuten van de betrokken rechtspersonen;
– aandeelhouders- of certificatenregisters;
– uittreksels handelsregister;
– jaarrekeningen;
– gegevens over het ondernemingsvermogen:
– inzake registergoederen: eigendomsbewijzen en afschriften van hypotheekakten, alsmede eventuele waarderingsbeschikkingen;
– inzake aandelen: eigendomsbewijzen, alsmede de laatste jaarstukken (balans en winst- en verliesrekening);
– maat- of vennootschapscontracten;
– andere relevante overeenkomsten;
– gegevens over handelings- en beschikkingsbevoegdheidbeperkende omstandigheden, zoals meerderjarigenbewind, curatele, schuldsanering, surseance van betaling of faillissement.

1.3.2 Identificatie van partijen

De notaris moet verifiëren of degene die voor hem verschijnt, de identiteit heeft van degene die hij heeft opgegeven te zijn. Het vorenstaande brengt met zich dat de notaris de identiteit controleert aan de hand van originele documenten en niet op basis van kopieën daarvan.

Deze identiteitscontrole geldt zowel voor Nederlanders als voor niet‑Nederlanders en zowel ten aanzien van paspoorten als rijbewijzen. De Wet op het notarisambt verplicht niet tot het aantonen van de nationaliteit of een bepaalde verblijfsstatus. Indien buitenlanders hun identiteit willen aantonen met behulp van een Nederlands rijbewijs, dan is dat mogelijk.

Volgens art. 39 Wna moeten de bij het verlijden van de akte verschijnende personen en getuigen aan de notaris bekend zijn. Hij stelt de identiteit van de personen die de eerste maal voor hem verschijnen,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.