21.3 Overdrachtsbelasting

Op grond van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (hierna: WBR) wordt overdrachtsbelasting geheven. Deze belasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen (art. 2 WBR). Het begrip onroerende zaken wordt in art. 4 WBR uitgebreid met fictieve onroerende zaken. Niet alleen de verkrijging van de juridische eigendom is belast, ook de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken is belast met overdrachtsbelasting (art. 2 WBR). Voor een aantal verkrijgingen is in art. 15 WBR een vrijstelling opgenomen. In de volgende onderdelen wordt een aantal van deze vrijstellingen besproken.

Om te profiteren van een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting moet daarop een beroep worden gedaan. Voorheen werd in de akte een beroep op de vrijstelling gedaan onder vermelding van de gegevens die relevant zijn voor toepassing van de vrijstelling. Vanaf 1 januari 2013 worden akten van notarissen ter registratie worden aangeboden door een elektronisch afschrift daarvan langs elektronische weg te zenden aan de KNB (art. 3 lid 2 RW). Hierdoor krijgt de Belastingdienst niet meer automatisch inzicht in het feit of een levering is belast met overdrachtsbelasting. Daarom moet de notaris naast het aanbieden van de akte ter registratie aan de KNB ook een elektronisch bericht met relevante gegevens voor de aangifte aan de KNB toezenden. Op de KNB rust de plicht om het bericht onverwijld door te zenden aan de Belastingdienst. Akte en bericht vormen samen de aangifte overdrachtsbelasting. Het elektronisch bericht moet ten minste het volgende bevatten (art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.