21.1 Inkomstenbelasting

Aan de kopij voor het fiscale hoofdstuk hebben mr. A.J.M. Arends en mr. A.C.M. de Vries een bijdrage geleverd. De sluitingsdatum voor de kopij is 1 januari 2019.

21.1.1 Subjectieve belastingplicht ondernemers in de zin van de Wet IB 2001

21.1.1.1 Inleiding

Een natuurlijk persoon wordt ter zake van de voordelen die hij behaalt met een zogenoemde ‘bron van inkomen’ betrokken in de heffing van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna Wet IB 2001’). De Wet IB 2001 kent een drietal boxen met ieder een eigen grondslag en tariefstructuur. Voor de heffing over ondernemingswinst behaald door een natuurlijk persoon is box 1 van belang. Tot de grondslag van deze box wordt het zogenoemde belastbaar inkomen uit werk en woning gerekend waaronder ook de belastbare winst uit onderneming wordt begrepen (art. 3.1 lid 2 onderdeel a Wet IB 2001).
Wat precies onder dit begrip belastbare winst uit onderneming wordt verstaan, is uitgewerkt in art. 3.2 Wet IB 2001. Het betreft ‘het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen verminderd met de ondernemersaftrek (…) en de MKB-winstvrijstelling (…)’.
De belangrijkste elementen uit deze omschrijving zijn (1) het begrip ‘ondernemer’, (2) het begrip ‘onderneming’ en (3) het begrip ‘winst’. In dit onderdeel wordt nader op deze begrippen ingegaan. Gestart wordt met de fiscale kwalificatie als ondernemer. De berekening van de (belastbare) winst wordt daarna uiteengezet.

21.1.1.2 Ondernemers in de zin van art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.