20.3 Rechtspraak van het Hof betreffende het vestigingsrecht

Het Hof heeft tot dusverre (augustus 2018) negen arresten gewezen die van belang zijn voor het bepalen van de reikwijdte van het in de art. 49 VWEU neergelegde vestigingsrecht.

In het Daily Mail-arrest (HvJ EG 27 september 1988, zaak 81/87, Jur. 1988, p. 5505) maakte het Hof duidelijk dat de opstellers van het Verdrag voor wat betreft de erkenning van (de rechtspersoonlijkheid van) een vennootschap en de vaststelling van het op haar toepasselijke recht, geen keuze hebben gemaakt tussen de leer van de werkelijke zetel en de incorporatieleer. Een naar het recht van een lidstaat opgerichte vennootschap kan aanspraak maken op het communautaire vestigingsrecht indien zij een territoriale band met de Gemeenschap heeft. Voor die territoriale band wordt aangeknoopt bij de statutaire zetel, het hoofdbestuur of de hoofdvestiging. Het ene aanknopingspunt heeft hierbij geen voorrang boven het andere.
Verder oordeelde het Hof dat bij de toenmalige stand van het Gemeenschapsrecht aan het Verdrag geen recht op grensoverschrijdende verplaatsing van de werkelijke zetel met behoud van rechtspersoonlijkheid kon worden ontleend, indien de lidstaat van oorsprong dat niet toelaat. De motivering hiervoor luidde dat een op grond van een nationale rechtsorde opgerichte vennootschap enkel bestaat krachtens de nationale wetgeving, die dan ook de oprichtings- en werkingsvoorwaarden ervan bepaalt.

In het twee jaar eerder gewezen Segers-arrest (HvJ EG 10 juli 1986, zaak 79/85, Jur. 1986, p. 2375) oordeelde het Hof dat het voor de uitoefening van het vestigingsrecht voldoende is dat de vennootschap naar het recht van een lidstaat rechtsgeldig is opgericht en daar haar statutaire zetel heeft.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.