15.1 Inleiding

Dit hoofdstuk is gewijd aan een aantal belangrijke aansprakelijkheidskwesties waarmee met name NV’s en BV’s en hun bestuurders en commissarissen geconfronteerd kunnen worden.
Een belangrijk deel van dit hoofdstuk (onderdeel 15.2 en 15.3) behandelt de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen, zowel binnen als buiten faillissement. De laatste decennia is het leerstuk van de persoonlijke, functionele aansprakelijkheid uitgegroeid tot een kernthema van het Nederlandse ondernemingsrecht. Besproken worden achtereenvolgens de interne aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon zelf (onderdeel 15.2) en de aansprakelijkheid jegens derden (onderdeel 15.3). Daarbij staat de BV centraal. De externe aansprakelijkheid jegens derden kan zich met name voordoen rondom de oprichting van de BV (onderdeel 15.3.1), bij schending van kapitaalregels (onderdeel 15.3.2), in geval van faillissement (onderdeel 15.3.3) en bij openbaarmaking van misleidende jaarstukken (onderdeel 15.3.4). De laatste jaren heeft ook de persoonlijke aansprakelijkheid van met name bestuurders op grond van onrechtmatige daad een hoge vlucht genomen. Die aansprakelijkheid wordt besproken in onderdeel 15.3.5.
Naast deze ‘onvrijwillige’ aansprakelijkheden wordt in dit hoofdstuk ook aandacht geschonken aan twee vormen van ‘vrijwillige’ aansprakelijkheid die in de praktijk een grote rol spelen: de zogenoemde 403-aansprakelijkheid van moedervennootschappen (onderdeel 15.4.1) en de aansprakelijkheid van bestuurders uit borgtocht (onderdeel 15.4.2). Voor deze vrijwillige aansprakelijkheden zijn in dit Handboek verscheidene modellen opgenomen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.